Korte Biografie van rabbi Sjimon bar Jochaj
In de derde-vierde eeuw van onze jaartelling schreef rabbi Sjim'on Bar
Jochaj (RASHB"I), de leerling van rabbi Akiva, het boek Zohar. Rabbi
Sjim'on kreeg van rabbi Akiva de volmacht om de Kabbala aan de volgende
generaties door te geven. Onder zijn tijdgenoten was hij bekend als deskundige
in zowel de openbare als de geheime Thora. Nadat rabbi Akiva gevangen
was gezet, vluchtte rabbi Sjim'on met zijn zoon Eliezer naar het dorp
Pekiin in het noorden van het land, waar zij zich gedurende 13 jaar in
een grot schuil hielden. Hij kwam uit de grot met het boek Zohar en met
een kant-en-klaar onderwijssysteem voor de Kabbala, om de kennis over
het geestelijke door te geven. Op dat moment doorzag hij alle 125 treden,
die een mens gedurende zijn aardse bestaan kan bestijgen. Zohar is op
een aparte manier geschreven: allegorisch en in het Aramees. De Aramese
taal is de "binnenzijde van het Ivriet", de verborgen kant.
Rabbi Sjim'on dicteerde en zijn leerling rabbi Aba legde de leerstof schriftelijk
vast. Hij beschikte over een speciale gave om de leerstof zodanig in bedekte
termen te vertellen, dat alleen bepaalde soorten zielen het zouden kunnen
begrijpen; vervolgens werd het boek Zohar in een grot vlakbij Tsfat verstopt.
Na verloop van enkele eeuwen werd het door de aldaar in de buurt wonende
Arabieren gevonden. De Arabieren verheugden zich over het gevonden papier.
Er was in die tijd een schreeuwend tekort aan papier. Ze gingen het als
verpakkingsmateriaal gebruiken. Eén der wijzen uit Tsfat kocht
op een dag op de markt een vis, en tot zijn verbazing ontdekte hij, dat
de vis in een "onbetaalbaar" document ingepakt werd. Terstond
kocht hij van de Arabieren alle overgebleven papieren en bundelde ze in
een boek. Dat is het boek Zohar, dat ons bereikte. Eeuwenlang bestudeerde
men Zohar in het geheim, in kleine kabbalistische groepjes. De eerste
die het uitgaf was rav Mosje de Leon, die in de XIII eeuw leefde.
Rabbi Sjim'on was één van de grootste mannen van zijn generatie.
Hij gaf uiteenzettingen en verklaringen over meer dan 3000 onderwerpen
in de Talmoed. Deze verklaringen werden gepubliceerd en bereikten onze
dagen. Echter het boek Zohar is na zijn voltooiïng verdwenen. Dat
heeft te maken met het feit, dat de aard van het geheime gedeelte van
de Thora zodanig is, dat deze uitsluitend in een daarvoor geschikte tijd
kan worden geopenbaard, wanneer de daarbij passende zielen in onze wereld
zijn gekomen. Zo zal de Zohar in de loop der tijd geopenbaard worden.
Want elke volgende generatie is steeds meer bereid tot de onthulling van
de Zohar dan de voorafgaande. Datgene, wat in de tijd van rabbi Sjim'on
bar Jochaj geschreven en weer verborgen werd, werd pas weer voor het eerst
in de tijd van rav Mosje de Leon ontdekt, en zo ging het tot in de tijd
van AR"I voort, die als eerste de Zohar in de taal van de Kabbala
ging interpreteren.
De auteur van het boek Zohar, rabbi Sjim’on bar Jochaj was tegelijkertijd
Talmoedgeleerde. In de Talmoed zijn er ca. 4000 vermeldingen en verwijzingen
naar hem. Tegelijkertijd was hij auteur van het boek Zohar. Dus hij beheerste
twee talen voor het uitdrukken van het hoogste bestuur, voor het uitdrukken
van wat achter de uiterlijke laag verscholen ligt; dus over welke geestelijke
werelden, welke krachten, en vorige- en toekomstige verschijnselen deze
spreekt.
Rabbi Sjim’on bar Jochaj leefde op de drempel tussen de Talmoed
en de Zohar, dus én hier én daar tegelijkertijd, en was
een groot geleerde en een groot onderzoeker van onze en hogere natuur.
Hij vormde om zich heen een groep leerlingen, welke hij zodanig organiseerde,
dat de ziel van elke leerling zich in een eenduidige overeenkomst met
de structuur van de hoge wereld bevond. Derhalve waren er rondom hem negen
leerlingen, en hij zelf was de tiende.
Hun verzameling, de vereniging tot één ziel, beantwoordde
geheel aan de structuur van de geestelijke wereld, de 10 sfirot, en daarom
vertelt het boek Zohar (hoewel het toch door hem geschreven is, echter
over elke van zijn leerlingen, over elke eigenschap van de geestelijke
wereld, welke via de bepaalde ziel van zijn leerling zijn doorgang vindt)
wat wordt waargenomen van de eigenschappen der geestelijke wereld en wat
uit de hogere wereld in onze wereld neerdaalt. Dus hij maakte a.h.w. een
prisma, waarin het eenvoudige, hoogste licht zich ontleedt in tien onderdelen
en elke van deze tien onderdelen wordt ons in tien eigenschappen geopenbaard.